TUINTHEMA: ARCHITEC(NA)TUUR : DE GELEIDE NATUUR

VOOR ANTWOORDEN OP TUINVRAGEN IS GROEN&ZO HET GOEDE ADRES

ARCHITEC(NA)TUUR : DE GELEIDE NATUUR

Boekenlijst

Hoe gaan onze tuinen er uit zien in de 21ste eeuw?

“Een sympathiek, modern ontwerp, tot de verbeelding sprekend, van goed vakmanschap en kundig gebruik makend van inheemse materialen, is in elk geval beter dan de reproductie van een oud voorbeeld, hoe bewonderenswaardig ook.”

Citaat Gertrude Jekyll in het boek “Paradise transformed” (the private garden in the twenty-first century) door Guy Cooper en Gordon Taylor.

Bovenstaand citaat bevat eigenlijk de volgende boodschap: “koester wat geweest is, maar laat je ook meedrijven op de stroom en verheug je op de nieuwe eilanden die aan de horizon opdoemen”.

Aan die horizon zien we nu een nieuwe eeuw opdoemen. Het woordje “nieuw” kan in bepaalde opzichten vermoeiend zijn. Het betekent tegenwoordig vaak, dat je weer iets moet kopen of doen. Wanneer je daar gehoor aan geeft, zit je net zo goed met een probleem, als wanneer je dat niet doet, want alles wat je vandaag nieuw hebt of doet, is morgen alweer hopeloos verouderd. Heel onrustig als je daar gevoelig voor bent.

Het verrassende van het woordje “nieuw” in de uitdrukking “nieuwe eeuw” is dat een eeuw zich niet laat kopen en zich niet laat doen. Dit is één van de weinige keren, dat nieuw alleen maar een gevoel oproept van lente, mogelijkheden en ontwikkelingen, vanuit de tijd en niet vanuit de portemonnee.

In de vrije natuur is het woord nieuw gelukkig gevrijwaard van trends. Een nieuwe zaailing of een nieuw lammetje hoeven niet ineens paars of kubistisch te zijn. Ze zijn steeds hetzelfde en toch op een ontroerende manier nieuw. Daardoor kan de natuur zo’n weldadige uitwerking hebben op onze gemoedsrust. In een verwilderd grasland staan de paardebloemen altijd op de juiste plaats en we zullen hun aantal niet gauw als teveel of te weinig ervaren, net als van het fluitenkruid in de berm. Prachtig, maar ook erg onwaarschijnlijk, dat onze tuinen er in de 21ste eeuw zo uit zullen zien. Zelfs al zouden we die rustgevende natuur naar ons huis willen halen, dan ontbreekt toch meestal de ruimte daarvoor. Ook zal zelfs de meest fervente tuinier af en toe de tuinklompen moeten verwisselen voor een paar nette schoenen en dan is het prettig als er een redelijk begaanbaar pad loopt tussen je voordeur en de straat.

 

HOE ZIJN ONZE TUINEN NU EN WAAROM ZOUDEN ZE ANDERS WORDEN?

De tuinen van de laatste decennia vertonen een duidelijke trend. John Brookes verwoordt deze trend in zijn boek “The New Garden” als volgt: “Geïnspireerd door de historische buitenplaatsen en de bijbehorende tuinen, hebben we gekozen voor een verkleinde versie van deze grandeur, in plaats van een meer natuurlijke, landschappelijke aanpak, waarbij de tuin zich ontwikkelt vanuit het omliggende land, om zo deel uit te gaan maken van de omgeving”.

Als alternatief voor de aan vroeger herinnerende tuinaanleg wordt tegenwoordig vaak “het nieuwe tuinieren” genoemd, maar wat wordt daar nu eigenlijk mee bedoeld? Je zou het kunnen omschrijven als een stroming die het midden zoekt tussen de historische netheid en de complete verwildering: de geleide natuur, of met een ander woord: architec(na)tuur.

Architectuur en kunst lijken vaak zo ver van ons af te staan, terwijl we er midden in leven. Naast allerlei gebouwen die we gedachtenloos in en uit lopen en pleinen die we oversteken zonder ze werkelijk te zien, vinden we ook in de natuur veel “architectuur”. Al die architectuur laat bewust of onbewust een sfeerbeleving achter: indrukwekkend, sereen, beklemmend, rustgevend, enzovoorts. De glooiing van een heuvel, de filtering van het licht door de bladeren van een boom, of een rietkraag die rood verkleurt in de ondergaande zon als je aan het einde van een schaatstocht de erwtensoep nabij weet: sfeerbeleving die niets kost, maar je lang kan bijblijven.

Heuvels en rietkragen zijn natuurlijk niet direct dingen die in een tuin toe te passen zijn, maar die geheimzinnige extra dimensie wèl. Zo is het niet het pad zelf, maar de buiging van het pad in de tuin, die iets aan de fantasie overlaat. Niet de pol riet zelf, maar zijn beweging op de wind en het spel van licht en schaduw zijn adembenemend. Bij een storm maakt niet de boom ons ongerust, maar het kraken van zijn takken.

Veel planten bij elkaar maken niet altijd een tuin. Wanneer je de sfeer van de “geleide natuur” in je tuin wilt hebben, is de eerste en belangrijkste stap de vormgeving. Het gaat dan om vormgeving, die uiteindelijk door de beplanting wordt overgenomen en daardoor op een subtiele manier nog slechts als ondersteuning aanwezig is. Zo voorkom je verwildering en wordt de natuur “geleid”. Zelfs met alleen maar wat grassen, bodembedekkers en één enkele boom is dan al snel een mooi resultaat te behalen en komen we tot een soberheid die in uitstraling en als we dat willen ook nog in onderhoud, rustgevend is. Als vormgeving niet je sterkste kant is kun je op zoek gaan naar een tuinkunstenaar, een tuinontwerper met dat extra talent, dat op geen school of academie te leren is: het (laten) zien en kunnen realiseren van die extra dimensie.

Zo vlak voor de eeuwwisseling lijkt de nostalgie in onze tuinen nog hoogtij te vieren, ook al worden de nieuwe ontwikkelingen al een beetje zichtbaar. We koesteren nog even wat geweest is, voordat we de nieuwe eeuw instappen. Maar Tim Smit, die een prachtige historische tuin restaureerde in de “Verloren tuinen van Heligan” in Cornwall, roept ons toch ook op vooruit te kijken met zijn uitspraak:”Je wilt toch ook niet meer naar een tandarts uit 1870?”.

 

ONZE TUINEN ZIJN DOOR DE EEUWEN HEEN VERANDERD, OMDAT ONZE LEEFGEWOONTEN VERANDERDEN.

Tegelijk met het teruggrijpen naar vroeger, zien we de door materiële zaken verzadigde mens tegenwoordig steeds vaker geïnteresseerd in wat er dan verder eigenlijk nog is. Zo is er kleurtherapie, geurtherapie en lichttherapie, naast een hernieuwde belangstelling voor allerlei religies en spiritualiteit. We lezen over Feng Shui, New Age of “het nieuwe tuinieren”, nadat we eerst onze bank van aaibare stoffen hebben voorzien.

Naar rust in onze tuinen en verdere leefomgeving zijn we al een tijdje op zoek. De kakofonie van trends en de bijbehorende alweer versleten woorden als “onthaasten”, “ultiem” en “aaibaar” (een knuffelbare, warme omgeving wordt daarmee bedoeld), lijken wel opgeroepen om ons nu te doen verlangen naar soberheid.

Selecteren, weghalen en weglàten worden misschien wel motto’s in de 21ste eeuw. Door alle trends van de laatste jaren lijkt de tuin zelf wel verworden tot een hebbeding. Misschien zal het zo zijn dat spullen, soorten en aantallen niet langer het tuinbeeld bepalen en krijgen we in plaats daarvan rustgevende kleur-en-geur-tuinen, licht-en-schaduw-tuinen en poëzietuinen.

Het zal boeiend zijn om deze ontwikkelingen, die al begonnen zijn, te volgen.

 

 

Liesbeth Pilon, 7 maart 1999